Anders leren met paarden

Meer en meer kinderen lopen vast op school. Leuke, sportieve, sociale, creatieve kinderen die te maken krijgen met faalangst, gebrek aan zelfvertrouwen en/of gedragsproblemen. Vaak krijgen ze diagnoses als dyslexie, dyscalculie, ADD, ADHD, hoogbegaafd, hoog sensitief of autistisch. Ondanks extra instructie, bijles en het advies om thuis extra te oefenen, blijven de resultaten achter. Deze kinderen worden elke schooldag weer geconfronteerd met hun onvermogen omdat de manier waarop de lesstof wordt aangeboden niet past bij hun leerstijl.


ANDERS LEREN MET PAARDEN is een methode waarbij kinderen van de basisschool vanaf groep 4 met paarden worden gecoacht. Door de lesstof aan te pakken volgens hun eigen leerstijl - visueel/kinesthetisch in plaats van auditief - ontdekken ze dat ze wel degelijk kunnen leren. Schoolresultaten verbeteren, zelfvertrouwen wordt vergroot en kinderen gaan weer met plezier naar school.

 

De methode kent de volgende modules:

Algemeen:

  • Mindset
    Bepaal zelf hoe je je voelt door anders te denken. Herken niet helpende rode gedachten en leer hoe je ze verandert in helpende groene gedachten.

Taal:

  • Woordspelling
    Leer de belangrijkste spellingsregels: dichte klank (hakwoord), lange open klank, korte open klank, tweetekenklank, eind d of t, stomme e, sch en viertekenklank. Gebaseerd op de F&L methode Taal in Blokjes.
  • Werkwoordspelling
    Hoe zit het toch met die d en die t in de tegenwoordige tijd en die de(n) en te(n) in de verleden tijd? Incl. kofschip!

Rekenen:

  • Tafels
    Welke tafel(s) wil jij leren? Ontdek het patroon en zet ze in je hoofd.
  • Optellen/aftrekken
    Flitsen en splitsen met de getallen(lijn) 1 t/m 10, tellen over de 10, de getallen(lijn) tot 20 en de getallen(lijn) tot 100.

Executieve functies 

  • metacognitie  Je kunt een stapje terug doen en van een afstandje naar jezelf en de situatie kijken. Je kunt bedenken hoe je het de volgende keer zult aanpakken.
  • werkgeheugen Je kunt informatiestapjes in je geheugen houden bij het uitvoeren van ingewikkelde taken. 
  • doorzettingsvermogen Je kunt een doel halen dat je voor jezelf hebt en het lukt je om verleidingen te weerstaan. 
  • Taak initiatie Je kunt zonder uitstel en op een handige manier starten met datgene wat gedaan moet worden. 
  • reactie inhouden Je kunt nadenken voordat je iets zegt of doet; je kunt je inhouden om niet meteen te doen wat in je opkomt. 
  • Flexibiliteit Je kunt je aanpassen aan veranderingen of je eigen aanpak veranderen als je merkt dat je niet handig bezig was. 
  • Emotieregulatie Je kunt je emoties beheersen en je gedrag sturen. 
  • Omgaan met tijd Je kunt inschatten hoeveel tijd je (nog) hebt, hoe je die tijd het best kunt indelen en hoe je op tijd klaar bent. 
  • Organiseren Je kunt een systeem bedenken en bijhouden om belangrijke dingen op orde te houden. 
  • Volgehouden aandacht  Je kunt je blijven focussen op een taak, ook als je wordt afgeleid, je je verveelt of moe wordt. 
  • Plannen Je kunt een plan bedenken waarmee je je doel/taak zal halen/afronden.